Vaak gestelde vragen
Stichting Vermogensbeheer en Stichting Belangenbehartiging
Waarom zijn er twee aparte stichtingen?
Stichting Belangenbehartiging strijdt voor het ‘beklemde’ PVH-vermogen dat nu nog in handen is van Aegon. Die strijd vergt gerechtelijke procedures, en desnoods acties. Daardoor is Stichting Belangenbehartiging enigszins kwetsbaar. Ze zou, bijvoorbeeld, te maken kunnen krijgen met vorderingen of claims van de wederpartij.
Om veiligheidsreden is daarom Stichting Vermogensbeheer in leven geroepen. Een juridisch gescheiden stichting, die niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de activiteiten van Stichting Belangenbehartiging.
Waarover ging het conflict met Stichting Optas?
Stichting Optas is de voormalige aandeelhouder van verzekeringsbedrijf Optas NV. Dit verzekeringsbedrijf kwam voort uit het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH). Eind 2007 verkocht Stichting Optas haar verzekeringsbedrijf aan AEGON. Ze maakte daarbij een flinke winst en wilde die besteden aan ‘kunst en cultuur’. Stichting Belangenbehartiging PVH vond dat de verkoopwinst moest toekomen aan de pensioenen van mensen in de havens.
Waarover gaat het conflict met Aegon?
Het conflict met AEGON gaat over het vroegere Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH).
Dit Pensioenfonds is in 1948 opgericht voor de oudedagsvoorziening van werknemers en werkgevers in de bedrijfstak. In 1998 gaat het PVH over in Optas NV, het verzekeringsbedrijf van aandeelhouder Stichting Optas.
Eind 2007 verkoopt Stichting Optas haar verzekeringsbedrijf aan AEGON. Sindsdien beheert AEGON de pensioenregelingen van werknemers en werkgevers in het havenbedrijf. AEGON int premies van werkenden en betaalt uitkeringen aan gepensioneerden. Dit gebeurt volgens de regels.
Het conflict gaat dan ook niet over de pensioenregelingen die AEGON overnam, maar over het vermogen dat het concern daarmee in handen kreeg.
500 miljoen: beheer en besteding
Waarom is alle informatie ‘onder voorbehoud’?
Er zijn afspraken over de besteding van 500 miljoen euro. Deze afspraken zijn vastgelegd in de vier verbeterstappen.
Stap 1 (PVH-Plus) is gezet. De voor '98 bij PVH opgebouwde pensioenrechten krijgen een aanvulling van 13,56 %.
Stap 2 (Optas 1-Plus) is in voorbereiding. Het voor '98 opgebouwde Optas 1-pensioen (dat ook nu nog bij Aegon/Optas is verzekerd) krijgt over maximaal 15.000 euro een aanvulling van ten minste 7%.
Over de precieze uitwerking van de Stappen 3 en 4 is nog niets met zekerheid te zeggen.
Stichting Vermogensbeheer is geen pensioenfonds of pensioenverzekeraar. We beschikken niet over de persoonsgegevens van deelnemers en we zijn voor informatie over de individuele pensioenopbouw van elke deelnemer afhankelijk van Aegon. Pas als we betrouwbare gegevens hebben, kunnen er serieuze berekeningen worden gemaakt. Vandaar dat we steeds een slag om de arm houden.
Wat gebeurt er met de 500 miljoen euro van Stichting Optas?
Over de vraag wat er moest gebeuren met de 500 miljoen euro van Stichting Optas organiseerde Stichting Belangenbehartiging PVH een stemming onder haar achterban. Van de bijna elfduizend (oud)havenwerkers die hun stem uitbrachten, koos 89% voor de volgende verdeling:
-
225 miljoen voor de PVH-rechten van ruim dertigduizend mensen die werkten of werken in operationele functies.
-
30 miljoen voor de Optas 1-rechten van circa tienduizend mensen die werkten of werken in kantoorfuncties.
-
75 miljoen voor de PVH-rechten van ongeveer vijfduizend werknemers geboren tussen 1950 en 1976 met een beschikbare-premieregeling B.
-
160 miljoen euro wordt belegd. Het rendement op die belegging wordt gebruikt voor (partner)pensioenen van actieve havenwerkers.
- 10 miljoen euro wordt nog even in reserve gehouden. Voor onkosten (advocaten, communicatie via website, posters, folders etc.) en voor onvoorziene betalingsverplichtingen.
Wat doet de Stichting intussen met het geld?
Stichting Vermogensbeheer heeft het nu nog resterende schikkingsbedrag veilig ondergebracht en belegd in staatspapier. Daaraan zijn kosten verbonden. Maar het is in deze financieel woelige tijden wel de veiligste belegging.
De beleggingen zijn overigens voor een beperkte periode. In januari 2011 betaalden we al voor de aanvulling op de PVH-rechten van operationele (oud)werknemers.
Alleen het bedrag dat is bestemd voor het partnerpensioen (160 miljoen euro) kan langdurig worden belegd. Maar ook dan geldt: veiligheid gaat boven winst. Stichting Vermogensbeheer zoekt in alle fasen beleggingen die zoveel mogelijk winst opleveren, maar die vooral zo min mogelijk risico’s met zich meebrengen.
Voor de pensioenverbetering is 490 miljoen euro nodig. Wat gebeurt er met de rest?
Er zit 10 miljoen euro in een reservepot. Hieruit betalen we het werk van de Stichtingen Belangenbehartiging en Vermogensbeheer. Daar zijn flinke kosten mee gemoeid. Denk aan alle juridische procedures en advocaten, het onderhouden van de website, het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten, het maken van informatiebrochures enzovoort.
Als de reservepot straks te groot blijkt, gaat het restant naar de belegging van 160 miljoen. Hierdoor zou het rendement op die belegging nog groter kunnen worden. In dat geval kunnen we meer besteden aan Stap 4, de (partner)pensioenen van actieve operationele medewerkers.
Waarom duurt het allemaal zo lang?
De Optas-schikking is in alle opzichten een unieke gebeurtenis. Het gaat om heel veel geld. Met een bijzondere achtergrond en een bijzondere bestemming. Juist daarom zijn betrouwbaarheid en zorgvuldigheid zo belangrijk.
We doen er alles aan om elke euro verantwoord te besteden.
Daar hebben we andere partijen voor nodig, zoals:
| - | Banken die het geld veilig kunnen beheren. Tegen zo min mogelijk kosten. |
| - | Pensioenverzekeraars die de hoogst mogelijk aanvulling kunnen bieden. Tegen zo min mogelijk kosten. |
| - | De Belastingdienst die moet beslissen over fiscale gevolgen. Zodat u als pensioengerechtigde straks zo min mogelijk belasting betaalt. |
| - | Deskundige adviseurs op allerlei gebieden: pensioenrecht, actuarieel recht, fiscaal recht, financieel recht etc. |
Voor al deze partijen geldt dat deze situatie ook voor hen uniek is. Het gaat ten slotte om miljoenen die terecht moeten komen bij precies die mensen die daar recht op hebben. Daarom heeft iedereen tijd nodig.
Stichting Vermogensbeheer doet er alles aan om vaart te maken. Voor oudere gepensioneerden en nabestaanden van overleden collega's is elke dag er één. Maar aan de zorgvuldigheid kunnen we niets af doen. Daarom duurde de feitelijke uitvoering van stap 1 tot en met april 2011. Pas toen kon de aanvulling van 13,56 % worden verwerkt in de uitkeringen van gepensioneerde operationele medewerkers en nabestaanden van operationele medewerkers.
Het uitwerken van Stap 2 duurt zeker tot eind 2011.
We doen ons uiterste best om de eerste aanvulling in januari 2012 uit te betalen aan gepensioneerde kantoormedewerkers en nabestaanden van kantoormedewerkers.
Intussen werken we met allerlei partijen aan het voorbereiden en uitvoeren van de Stappen 3 en 4.
Maar altijd geldt: het moet zorgvuldig. Daarom vragen we in elke fase om geduld.
Stappen
- Algemeen
-
Moet ik iets doen om de aanvulling te krijgen?
U hoeft niets te doen. Als u recht hebt op een aanvulling, krijgt u daarover vanzelf bericht per post.
Hebt u zich al aangemeld voor de nieuwsbrief? U krijgt dan automatisch per e-mail bericht wanneer de website nieuwe informatie bevat. Dan hoort u ook van ons wanneer er per post brieven worden verstuurd.
Waarom gaat er in de eerste twee stappen 225 miljoen euro naar operationeel en 30 miljoen naar kantoorpersoneel uit de PVH-tijd?
In feite gaat er in totaal niet 225 miljoen maar 300 miljoen naar operationele (oud)medewerkers uit de PVH-tijd. Want in de derde stap verbetert de pensioenregeling B van actieve operationele medewerkers. Dat zijn allemaal mensen die ook al in de havens werkten in de periode van het Pensioenfonds PVH.300 miljoen lijkt veel in vergelijking met de 30 miljoen die is uitgetrokken voor (oud)medewerkers met een kantoorfunctie. Toch krijgen beide groepen naar verhouding precies evenveel.
Het verschil zit namelijk in de pensioenreserves die zijn opgebouwd. De gezamenlijke pensioenreserve van de operationelen is tien keer zo groot als de gezamenlijke reserve van het kantoorpersoneel. Om die reden is ook het totale verbeteringsbedrag tien keer zo groot. Zo is de reële vooruitgang voor beide groepen precies gelijk.
Wat is het verschil tussen PVH en Optas 1?
Operationele medewerkers hebben tot eind 1997 pensioen opgebouwd onder de naam van het Pensioenfonds PVH.Kantoorpersoneel bouwde destijds al pensioen op onder de naam Optas 1.
Waar het om gaat, is dat u geld krijgt als u vóór 1998 een pensioenregeling had bij een havenbedrijf. Het maakt niet uit of die regeling 'PVH' of 'Optas 1' wordt genoemd.
Het verschil is dat de PVH-pensioenen eerder aan de beurt zijn. In stap 1 krijgen operationele (oud)medewerkers en hun nabestaanden al een hoger pensioen.
Pas daarna, in stap 2, verbeteren de Optas 1-rechten van mensen in een kantoorfunctie.
Voor beide groepen is verhoudingsgewijs evenveel geld uitgetrokken. Maar op dit moment is nog niet duidelijk hoe de verbeterstap voor de 'kantoorpensioenen' eruit gaat zien.
Wat gebeurt er als je pensioenrechten hebt bij PVH én bij Optas 1?
Als u voor 1998 zowel op kantoor als buiten hebt gewerkt, hebt u twee 'soorten' pensioenregelingen. Het pensioen dat u hebt opgebouwd in de periode van uw kantoorfunctie heet Optas 1. Het pensioen dat u opbouwde tijdens uw operationele functie heet PVH.In stap 1 gaat het alleen om dit laatstgenoemde PVH-pensioen.
Het totaal dat u als operationeel medewerker aan pensioenrechten hebt opgebouwd, krijgt een aanvulling van 13,56 %.
Pas later, in stap 2, verbetert het Optas 1-pensioen uit de tijd dat u een kantoorfunctie had. Op dit moment is nog niet bekend hoe die verbetering eruit gaat zien.
Voorbeeld
Koos begon op zijn 16de en werkt vanaf 1959 tot 1 januari 1997 als kraanmachinist. Daarna kreeg hij een baan op kantoor tot aan zijn pensioen in 1999.
Pensioenrechten
1959 tot en met 1996 operationele functie = PVH-pensioen.
Koos heeft in deze periode 9.000 euro opgebouwd. In stap 1 krijgt hij daarop een aanvulling van 13,56 % (1.220 euro). Zijn nieuwe PVH-pensioen bedraagt 10.220 euro.
1997 kantoorfunctie = Optas 1-pensioen
Koos heeft in dit jaar 200 euro pensioen opgebouwd. Hij hoort medio 2011 wat er in stap 2 met dit Optas 1-pensioen gebeurt.
Waarom gaat er nu zoveel geld naar gepensioneerden?
Omdat zij dat geld nu het hardst nodig hebben.Vooral daarom gaat in stap 1 en 2 ongeveeer 250 miljoen euro direct naar de uitkeringen van gepensioneerde collega's en van partners van overleden collega's. De meesten van deze mensen zijn flink op leeftijd. Vandaar de gedachte: als hun inkomen nu verbetert, kunnen ze er tenminste nog van genieten.
Sommige ouderen kunnen ook wel wat extra's gebruiken. Zeker degenen die al in de jaren vijftig zijn gaan werken. De lonen waren indertijd een stuk lager. Het daaraan gekoppelde pensioen is daardoor ook wat kleiner.
Wat is het ‘beklemde vermogen’?
Beklemd vermogen is wettelijk vastgelegd vermogen.
Zo’n wettelijke beklemming is een standaardprocedure wanneer een stichting (zonder winstoogmerk) overgaat in een bedrijf (met winstoogmerk).
Met beklemming bepaalt de rechter dat het nieuwe bedrijf het vermogen van de vroegere stichting niet mag gebruiken voor iets anders dan waar het oorspronkelijk voor bedoeld was.
Op de manier is ook het vermogen van Stichting Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH) beklemd toen zij in 1997 overging in de naamloze vennootschap Optas Pensioenen.
Het PVH-vermogen bedroeg destijds 993 miljoen gulden.
In 1997 nam AEGON Optas Pensioenen over. Met het nog altijd beklemde PVH-vermogen.Waarom kunnen gepensioneerden geen aanspraak maken op het ‘beklemde vermogen’?
Omdat zij (en de partners van overleden collega’s) nu in stap 1 en 2 een beter pensioen krijgen. Dankzij het geld van de Optas-schikking.
Als er iets van het ‘beklemde vermogen’ beschikbaar komt, is dat voor de pensioenvoorziening van actieve havenwerkers.
Sommige mensen vinden dat de Optas-schikking geheel ten goede moet komen aan deelnemers uit de Optas-tijd (in dienst na 1997). Oudere gepensioneerde collega's zouden dan maar moeten afwachten of er nog iets terugkomt van het ‘beklemde vermogen’.
Maar de ouderen hebben in hun PVH-tijd een basis gelegd voor het resultaat dat Optas later zou behalen. Mogen ze daar niets van terugzien nu er 500 miljoen beschikbaar is?
En het ‘beklemde vermogen’ lijkt nog wel even beklemd te blijven. Wie kan trouwens garanderen dat daar ooit iets van loskomt? En hoeveel dan? En wanneer?
Er zijn ook mensen die redeneren dat alleen de deelnemers uit de PVH-tijd (in dienst voor 1998) recht hebben op én de Optas-schikking én de eventuele opbrengst van het beklemde vermogen.
Ook hier valt wel wat tegenin te brengen:
Juist de huidige generatie havenwerkers heeft zich hard gemaakt voor de Optas-zaak. Zoals ze nu verder strijdt voor het beklemde vermogen.
En hoe je het ook wendt of keert, de huidige generatie havenwerkers heeft flink betaald voor het vroegpensioen van grote groepen voormalige collega's. Denk aan de Stivu-premies. Hierdoor hebben (en krijgen) veel vroeg uitgetreden oud-havenwerkers tot aan hun 65ste een relatief hoog inkomen.
Is het dan terecht dat de huidige havenwerker achter het net vist als het om zijn eigen oudedagsvoorziening gaat?
Hij heeft zelf geen zicht op vut of prepensioen. En hij zal het na zijn 65ste waarschijnlijk met veel minder geld moeten doen dan de mensen die nu met pensioen zijn.
Vanaf 2015 verdwijnt bijvoorbeeld de partnertoeslag op de AOW-uitkering van de overheid. Nu krijgt een gepensioneerde die samenwoont met een iemand die jonger is dan 65 nog meer dan 1400 euro per maand. Straks is dat ruim 700 euro.
Stichting Vermogensbeheer kiest voor een verdeling die in ieder geval sociaal kan worden genoemd. Alle 'partijen' geven een beetje en nemen een beetje. Nu eerst de ouderen, zodat ze er nog wat plezier aan kunnen beleven. Straks de ‘jongeren’.
Van elke partij wordt enige solidariteit met de andere verwacht.Wat is conversie?
Bij (echt)scheiding deel je de pensioenrechten die je in de loop van het huwelijk/partnerschap hebt opgebouwd.
Sommige mensen kiezen dan voor ‘conversie’ of omzetting van die pensioenrechten. Het deel dat je ex-partner toekomt, wordt dan in zijn geheel overgezet op haar naam. U krijgt uw pensioendeel uitgekeerd als u 65 jaar wordt. Zij krijgt haar deel als zij 65 wordt. Zonder conversie gebeurt dan niet. Dan krijgt de ex-partner pas haar pensioendeel niet eerder dan wanneer u 65 bent.
En zonder conversie krijgt uw ex-partner een ‘bijzonder nabestaandenpensioen’ als u voor u 65ste overlijdt. Bij conversie vervalt dat recht op een ‘bijzonder nabestaandenpensioen’. - Stap 1
-
Waarom die waarschuwing voor huur- en zorgtoeslag?
Door de aanvulling stijgt het inkomen van gepensioneerden en van andere uitkeringsgerechtigden als weduwen, wezen en ex-partners met een bijzonder nabestaandenpensioen.
Hierdoor verandert in 2011 het ‘toetsingsinkomen’ voor onder andere de huurtoeslag en de zorgtoeslag. Dit kan ertoe leiden dat u uw toeslagen geheel of gedeeltelijk terug moet betalen. Dat gebeurt dan in 2012, na de eerstvolgende toetsing door de Belastingdienst. We raden u dringend aan hier nu alvast rekening mee te houden!
Maximum jaarinkomen huurtoeslag:
-
€ 20.325 (alleenwonende gepensioneerde)
-
€ 27.750 per jaar (samenwonende gepensioneerde).
Maximum jaarinkomen zorgtoeslag:
-
€ 36.022 (alleenwonende gepensioneerde)
-
€ 54.264 (samenwonende gepensioneerde).
Kijk voor meer informatie op www.toeslagen.nl. Of bel de BelastingTelefoon op 0800 – 0543.
Waarom AEGON?
Stichting Vermogensbeheer koos AEGON als uitvoerder van de pensioenaanvulling van operationele medewerkers. Deze verzekeringsmaatschappij kon zorgen voor een aanvulling van 13,56%. Dat was meer dan andere partijen konden bieden.
Dit komt onder meer omdat AEGON ‘goedkoper’ kan werken. Juist omdat het bekend is met de havenpensioenen en omdat het via Optas al beschikt over het bestand met alle gegevens van het vroegere PVH. Dit voordeel hebben andere verzekeringsbedrijven niet. Zij zouden hogere kosten hebben moeten maken. En dat zou zich hebben vertaald in een lager aanvullingspercentage.
AEGON en Stichting Vermogensbeheer hebben afgesproken dat de uitvoering van de pensioenaanvulling los staat van de discussie over het ‘beklemde vermogen’.
Stichting Belangenbehartiging PVH gaat onverminderd door met haar strijd om het kapitaal van het voormalige Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven.
Waarom staat er steeds 'PVH-pensioen'?
Dat is om duidelijk te maken dat de aanvulling in Stap 1 alleen geldt voor pensioenrechten die zijn opgebouwd bij het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven.
Veel mensen hebben daarnaast ook pensioenrechten opgebouwd bij andere fondsen of pensioenverzekeraars. Díe pensioenrechten gaan niet omhoog. Het gaat alleen om dat gedeelte van uw pensioen(uitkering) dat afkomstig is van uw tijd bij het PVH. En uiteraard moet u die PVH-pensioenrechten niet tussentijds hebben overgedragen naar een andere pensioenverzekeraar of -fonds (waardeoverdracht).
Welk bedrag krijgt een aanvulling van 13,56 %?
De pensioenrechten die u vanaf uw 21ste verjaardag tot aan 1 januari 1998 hebt opgebouwd bij het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven.Woensdag 31 december 1997 was de laatste dag in het bestaan van het PVH. Als u daarvoor bij een havenbedrijf een operationele functie had, bouwde u PVH-pensioen op. Ongeacht of dat tientallen jaren achtereen was, of zo af en toe voor een korte periode.
Hebt u veel dienstjaren achter de rug? Dan staat er een groot bedrag aan PVH-pensioen op uw naam. Op dat bedrag krijgt u een aanvulling van 13,56 %. Hebt u maar heel kort in de havens gewerkt, dan is uw PVH-pensioen natuurlijk veel kleiner. Maar ook op dat kleine bedrag krijgt u een aanvulling van 13,56 %.
Stichting Vermogensbeheer heeft geen toegang tot informatie over uw persoonlijke totaalstand aan PVH-pensioen. Kijk daarvoor op uw meest recente pensioenoverzichten (UPO's). Als u het juiste overzicht bij de hand hebt, moet daarop te vinden zijn welk bedrag u voor 1998 bij PVH hebt opgebouwd.
-
- Stap 2
-
Waarom laat Stap 2 zo lang op zich wachten?
De aanvulling komt, in mei van dit jaar, maar Stap 2 neemt nog altijd veel tijd in beslag.
(Oud)kantoormedewerkers hebben opeenvolgende pensioencontracten, die sterk van elkaar verschillen: gedeeltelijk volgens de eindloonregeling, gedeeltelijk volgens de middelloonregeling en gedeeltelijk via een kapitaalverzekering.
Deze contractgegevens zijn voor de hele groep (circa tienduizend personen) in kaart gebracht. Aegon heeft nu zicht op wat iedereen op de peildatum (31-12-1997) op zijn of haar naam had staan. Hierdoor kon het definitieve aanvullingspercentage worden vastgesteld: 7,25%.
Nu moet Aegon de aanvullingen verwerken in de uitkeringen aan gepensioneerden en in de pensioenopbouw van alle werkende collega's. Daar heeft het verzekeringsbedrijf nog enkele maanden de tijd voor nodig.
Over welk bedrag wordt de aanvulling berekend?
De stand van het door u opgebouwde pensioen in Optas-1 per 31-12-1997 geldt als uitgangspunt. Dat bedrag – tot een plafond van 15.000 euro bruto per jaar – krijgt een aanvulling van 7,25%.Waarom geldt er een plafond van 15.000 euro?
De Stichting heeft gekozen voor een aanvullingssysteem dat is gebaseerd op gelijkheid en solidariteit.Een zeer kleine groep oud-kantoormedewerkers beschikt over een zeer grote pensioenopbouw. Het laten meetellen van die uitzonderlijk grote bedragen vergt miljoenen van het totale budget. Daardoor zou het aanvullingspercentage voor de gehele groep oud-kantoormedewerkers uiteraard veel lager zijn uitgevallen.
Daarom geldt een plafond dat aansluit bij de gemiddelde pensioenopbouw van de hele groep. Zodat er evenwicht is in de verdeling binnen de groep.
Mijn pensioenverzekering liep/loopt niet meer bij Optas. Krijg ik nu wel of niet een aanvulling?
De aanvulling geldt voor het Optas Pensioen 1 zoals dat op 31-12-1997 was opgebouwd bij Optas Pensioenen NV én dat nu nog steeds bij Optas/Aegon verzekerd is.U komt dus niet voor aanvulling in aanmerking als u uw Optaspensioen hebt ondergebracht in een andere pensioenregeling, of bij een andere verzekeringsmaatschappij of bij een ander pensioenfonds.
Op deze regel geldt slechts één uitzondering: U krijgt de aanvulling namelijk wel als uw bedrijf op of na 1 januari 1998 als geheel is overgestapt naar een andere regeling of verzekeringsmaatschappij (collectieve waardeoverdracht).
In dat geval krijgt u de aanvulling straks uitbetaald via die 'nieuwe' verzekeringsmaatschappij.
Waarom is er onderscheid tussen individuele en collectieve waardeoverdracht?
De aanvulling geldt uitdrukkelijk alleen voor kantoormedewerkers die tot aan 1998 pensioen hebben opgebouwd bij Optas Pensioenen NV en voor wie Optas/Aegon nog altijd dat pensioen beheert.Wie individueel bij Optas Pensioenen is weggegaan, deed dat uit eigen keuze.
Maar als een werkgever overstapt naar een andere verzekeringsmaatschappij worden alle pensioenen van alle werknemers verplicht overgedragen. Dan is er sprake van collectieve waardeoverdracht en valt er voor de individuele werknemer niets te kiezen. Daarom geldt de regel: wel een aanvulling bij collectieve waardeoverdracht, géén aanvulling bij individuele waardeoverdracht.
Dezelfde regel is toegepast in Stap 1. Operationele collega's die vrijwillig naar een ander pensioenfonds of een andere verzekeringsmaatschappij zijn gegaan, hebben géén aanvulling gekregen.
Waarom kregen de operationelen een veel hoger aanvullingspercentage?
Het aanvullingspercentage in Stap 1 voor operationele medewerkers was 13,56%.
Het aanvullingspercentage in Stap 2 voor kantoormedewerkers is 7,25%.
Sommige mensen vinden dat oneerlijk. Zij redeneren: ik heb als kantoormedewerker hogere premies betaald, dus meer pensioen opgebouwd en daarom heb ik ook 'recht' op een hoger aanvullingspercentage. Dit is een denkwijze die met een aantal factoren geen rekening houdt.
1. Iedereen kreeg en krijgt al het pensioen waar hij/zij recht op heeft op basis van zijn/haar pensioenregeling.
In zekere zin staan de aanvullingen los van de rechten die iedereen in zijn pensioenregeling heeft opgebouwd. De verbeteringen zijn in feite 'een extraatje', dat mogelijk is gemaakt door de jarenlange strijd (acties, rechtszaken) van Stichting Belangenbehartiging PVH én de nooit aflatende support van een aantal havenmedewerkers in binnen- en buitenland.
2. Stichting Vermogensbeheer heeft een verdeling vastgesteld die is gebaseerd op een stemming onder de achterban van Stichting Belangenbehartiging en die recht doet aan alle betrokken partijen: werkgevers en werknemers, kantoormedewerkers en operationele medewerkers, gepensioneerden en werkenden, en aan de partners en kinderen van overleden collega's.
3. Als voorschot op het ‘beklemde vermogen’ is voor operationele collega's verhoudingsgewijs evenveel geld beschikbaar gesteld als voor kantoormedewerkers.
Ons uitgangspunt was de opgebouwde pensioenreserve per eind 1997 (eind Pensioenfonds PVH). De gezamenlijke reserve van operationelen was toen tien keer groter dan de gezamenlijke reserve van het kantoorpersoneel. Daarom is in totaal tien keer meer verbeteringsgeld voor de operationelen uitgetrokken: 225 miljoen in Stap 1 en 75 miljoen in Stap 3. Voor verbetering van de pensioenen van kantoormedewerkers is 30 miljoen beschikbaar.
4. De beide groepen zijn onderling slecht vergelijkbaar. De groep operationele werknemers is veel groter. Maar het individueel opgebouwde pensioen is meestal veel kleiner dan dat van kantoorpersoneel. Dat is één van de redenen waarom het percentage voor de aanvulling hoger uitvalt. Bij wijze van voorbeeld: 10% op 100 euro levert evenveel op als 5% op 200 euro.
5. Als er al sprake is van ongelijkheid tussen de pensioenregelingen van beide groepen, dan ligt die in de indexaties die de afgelopen dertien jaar zijn uitgevoerd. De meeste kantoorregelingen zijn beter geïndexeerd dan de regelingen van operationelen.
6. Het uitvoeren van de verbeteringsoperatie onder operationelen (Stap 1) was veel minder ingewikkeld dan het uitvoeren van de verbetering voor kantoormedewerkers.
Kantoormedewerkers hebben vaak opeenvolgende pensioencontracten die onderling sterk van elkaar verschillend: een eindlooncontract, een middellooncontract, een kapitaalsverzekering etc. Het in kaart brengen van die contracten en de bijbehorende pensioenopbouw per 31-12-1997 plus het verzorgen van de uitbetalingen is tijdrovend. De kosten daarvan worden door de verzekeraar doorberekend.
